Het is een klassieke manier om mensen te motiveren, die tegenwoordig minder populair is dan voorheen, waarschijnlijk vanwege ethische bezwaren. Desalniettemin heeft de tactiek zich in ons taalgebruik ingenesteld. Ieder kent wel het begrip “de schepen achter je verbranden.”

 

Het oudste voorbeeld uit de ons bekende geschiedenis zou dateert uit 48 v.Chr., toen Julius Caesar als Romeins aanvoerder van 3200 soldaten wilde ontsnappen aan een Egyptische  overmacht van 20.000 man onder leiding van Ptolemaeus XIV in de haven van Alexandrië de Egyptische schepen in brand stak om zijn manschappen de vlucht te verhinderen.

Maar meestal wordt bij de herkomst van dit gezegde verwezen naar andere klassieke verhalen: zo beschreef de Romeinse dichter Virgilius in ‘Aeneïs’ tussen 29 en 19 v.Chr. hoe bij de vlucht van Aeneas (halfzoon van de godin Aphrodite/Venus) na de val van Troje, de Trojaanse vrouwen op het eiland Sicilië hun schepen achter zich verbrandden omdat ze het vluchten zat waren. In de versie die de Griekse schrijver Plutarchus (46-120 n.Chr.) in zijn verhaal ‘Moed van vrouwen’ (in deel III van zijn bundel ‘Moralia’) zouden de Trojaanse vrouwen bij Tiber de schepen achter zich verbrand hebben. De vrouwelijke leider heette Roma, en ed nakomelingen Remus en Romulus zouden volgens overlevering later Rome stichten.

Een ander voorbeeld van een dergelijk verhaal speelt zich af voorafgaand aan de Slag bij Hastings op 14 oktober 1066, waar Normandisch Willem ‘de Bastaard’ het leger van de Angelsaksische koning Harold II Godwinson versloeg, en zo de eerste Normandische koning van Engeland werd, en zijn nieuwe bijnaam Willem ‘de Veroveraar’ verdiende. Maar slechts nadat de Willem de nadat de Normandische soldaten in Engeland waren aangeland de schepen vernietigd werden, om duidelijk te maken dat er geen weg terug was, en een overwinning de enige optie was. Met duidelijk succes.

Een ander bekend voorbeeld beschrijft hoe de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernán Cortés (de latere veroveraar van Mexico) in 1519 vloot van ca. 12 schepen met bij 600 bemanningsleden voormalige baas Diego Velázquez de Cuéllar stal en bij het huidige Veracruz voor anker ging waar hij deze stad stichtte, was hij bang dat een deel van zijn mannen weer deserteren en overlopen naar Velázquez. Om dat te voorkomen liet hij zijn schepen verbranden, al is waarschijnlijk dat hij de schepen niet echt verbrand heeft, maar geeft afgebroken om het hout voor de bouw van de eerste huizen te gebruiken.

Zoals gezegd past deze motivatie tactiek niet helemaal meer in het moderne management-instrumentarium, al is behalve het gezegde ook de uitwerking nog met grote regelmaat te zien. Bij improvisatie-cursussen voor beginners krijg ik regelmatig de vraag of mensen “een keer mee mogen lopen, om te kijken of het wat is.” Op zich een begrijpelijke en redelijke vragen, maar wel een waar ik altijd “Nee” op moet verkopen.

Reden daarvoor is dat veel cursisten die starten met improviseren het best spannend vinden: niet alleen iets nieuws beginnen, maar ook nog een iets waarbij juist ‘onzekerheid’ centraal staat. Voordat mensen die voor een cursus inschrijven zal er altijd enige twijfel geweest zijn; een twijfel die beslecht wordt op het moment dat iemand zich daadwerkelijk heeft ingeschreven. Door dit ‘point of no return’ bewust te passeren wagen de deelnemers de eerste sprong in het ongewisse. Eigenlijk is de inschrijving van de cursus een inofficieel toelatingsexamen voor ieder improvisatiecursus. De eerste stap is succesvol genomen, en de volgende stappen zullen alleen maar gemakkelijker blijken zijn. Deze deelnemers zitten al voor de feitelijk start van de cursus in een”can-do” modus.

Mensen die deze keuze nog niet hebben gemaakt en dus nog oriëntatiemodus zitten hebben een andere insteek: ze moeten ‘ruimte’ houden om later de definitieve keuze te maken: ga ik dit wèl of niet doen. Het gevolg is dat deze mensen er nooit ‘100% voor gaan’, ze blijven een zekere beschouwendheid en terughoudendheid behouden.  Uiteraard vlakt dit de leercurve af, maar belangrijker: het heeft een remmend effect op die deze keuze al wèl gemaakt hebben. Waar deze mensen zich in beginsel volledig geven, voelen ze nu aan dat er ‘toeschouwers’ zijn, en zullen zich daarom minder vrij voelen.

Dat is de reden waarom ik ondanks de terugkerende vraag hiernaar in beginsel nooit mensen met een lopende beginnersgroep mee zal laten kijken of -doen. En dat is gelijk de reden waarom ik af en toe open proeflessen aanbied waar vrijwel iedereen nog twijfelt. Kortom: wil je leren improviseren, schrijf je dan rechtstreeks in voor de Basiscursus Theatersport of de Introductiecursus Improviseren. En als je toch nog een beetje twijfelt: doe eerst mee aan een Proefles Improviseren. De eerstvolgende is al maandagavond 12 januari, dus mis ‘m niet, want daarna moet je een paar maanden wachten voor een volgende kans.

12-01-2026: https://springintheater.nl/proefles

19-01-2026: https://springintheater.nl/basiscursus-theatersport

04-02-2026: https://springintheater.nl/introductie-improviseren